De regels rondom schijnzelfstandigheid houden veel ondernemers bezig. Want hoe zit het nu precies met de handhaving? En wat betekent dit als je werkt met zzp’ers?
Eerst in gesprek, daarna pas verder
De Belastingdienst blijft ook in 2026 deels vasthouden aan een ‘zachte landing’. In de praktijk betekent dit dat een bedrijfsbezoek vaak het startpunt is.
Tijdens zo’n gesprek kijkt de Belastingdienst naar de inzet van zzp’ers binnen de organisatie en wordt gewezen op mogelijke risico’s rondom schijnzelfstandigheid. In sommige gevallen krijgt een opdrachtgever eerst de kans om verbeteringen door te voeren, voordat er een boekenonderzoek wordt gestart.
Geen verzuimboetes, wel andere gevolgen
Ook in 2026 worden er geen verzuimboetes opgelegd in het kader van schijnzelfstandigheid.
Dat betekent niet dat er geen gevolgen kunnen zijn. Bij opzet of grove schuld kunnen opdrachtgevers én zelfstandigen wel een vergrijpboete krijgen. Daarnaast kan de Belastingdienst nog steeds naheffingsaanslagen opleggen over de periode vanaf 1 januari 2025.
Werk je met een modelovereenkomst?
Goedgekeurde lopende modelovereenkomsten blijven nog geldig tot en met 2029. Opdrachtgevers die daadwerkelijk werken volgens deze overeenkomst, lopen tot 2030 geen risico op een naheffing van loonheffingen.
Nieuwe wetten in ontwikkeling
Ook in Den Haag wordt verder gewerkt aan nieuwe wetgeving. De Tweede Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarbij bij een uurtarief van € 38 of minder een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst kan ontstaan, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Die wet beoordeelt de werkrelatie aan de hand van een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Bij de zelfstandigentoets wordt beoordeeld of de persoon die het werk uitvoert zich in het economisch verkeer als zelfstandige gedraagt. Daarbij wordt ook gekeken naar toereikende voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid.
Bij de werkrelatietoets wordt beoordeeld of de opdrachtnemer de werkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren. Hierbij zijn van belang de wil van partijen, de vrijheid om de werkwijze en werktijden zelf te bepalen en of de opdrachtnemer een ondergeschikte positie heeft in de organisatie van de opdrachtgever.
Kan de werkrelatie beide toetsen doorstaan, dan is er sprake van zelfstandig ondernemerschap. Dit wetsvoorstel wordt nog verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend.
Wat betekent dit voor jou?
Werk je met zzp’ers of ben je zelf zzp’er? Dan is dit een goed moment om bestaande arbeidsrelaties nog eens kritisch te bekijken.
Twijfel je of de samenwerking goed is ingericht of wil je weten wat deze ontwikkelingen voor jouw situatie betekenen? Wij denken graag met je mee.


